Voorstel CAO Inzet 2018

Op 1 januari 2018 is de CAO kraamzorg al weer verlopen en er wordt gefluisterd dat de algemene vakbonden en BOgeboortezorg zich opmaken om een nieuwe CAO kraamzorg af te gaan sluiten. Het is nog niet bekend of de NBvK namens haar ruim 3000 leden mag aanschuiven aan de onderhandelingen of dat wij wederom, net als in 2017, buiten de onderhandelingen worden geplaatst door de partijen. Maar hoe dan ook,  wij zullen de eisen en verwachtingen van kraamverzorgenden aan hun arbeidsomstandigheden doorgeven aan de partijen en vragen met ons in gesprek te gaan omdat wij als geen ander weten wat er leeft onder de beroepsgroep en wat er nodig is om de kraamzorgprofessional te blijven boeien en binden voor de kraamzorg. De NBvK heeft op basis van alle signalen, onderzoek onder haar leden en niet leden en gesprekken met ledengroepen in 2017 het volgende voorstel opgesteld voor haar leden maar ook niet leden.  Samengevat komt het op de volgende punten neer:

1. Een hoger salaris en betere vergoedingen voor zaken als reiskosten, wachtdiensten etc.

2. Een gezonder werkklimaat dat is afgestemd op alle leeftijden en levensfases en met een goede balans werk/privé

3. Meer aandacht voor professionaliteit en kwaliteit 

4. Meer participatie en medezeggeschap van de kraamzorgprofessional in de integrale geboortezorg

Wij vinden daarnaast zeer belangrijk dat, de CAO veel duidelijker en beter wordt opgesteld en wordt nageleefd. 

Werkzaam in de kraamzorg? Wij zijn benieuwd naar jouw opmerkingen, aanvullingen en vragen. Kun je je hier in vinden? Mis je nog wat? Wat vind je het aller- aller belangrijkste? laat het ons weten. Mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. .  

 I.  Het inkomen van de kraamverzorgende wordt beter en gaat omhoog:

Het lage salaris staat niet in verhouding met de investering die kraamverzorgenden doen aan het bewaken en verbeteren van de kwaliteit van kraamzorg.  Daarnaast is het salaris te laag voor de inzet, getoonde flexibiliteit en verantwoording in de geboortezorg van de beroepsgroep. Het komt nog te vaak voor dat kraamverzorgenden van hun lage salaris, beroepskosten moeten betalen die niet reëel zijn en daarbij daar toe verplicht worden door hun werkgever.  Daarom: 

1. Een loonsverhoging die begint met een drie (3) voor de komma 

2.  Reële beloning en  roostering wachtdiensten

•        geen wachtdiensten in blokken van vrije dagen 

•       geen 24 uur wachtdiensten maar diensten van max 8 uur, die kunnen uitlopen tot 11 uur bij een inzet 

•       Wachturen zijn werkuren die enkel minder betaald worden maar wel mee tellen voor contracturen waardoor het dus minder makkelijk is om min- uren op te bouwen.

•        wachturen vergoeding moet omhoog naar €25,- voor 8 uurs blok

•       verbetering en verduidelijking van wanneer werktijd start. Werktijd start op het moment dat je een dienstopdracht krijgt. Dus dat betekent op het moment dat de planning een adres doorgeeft en je per direct moet starten of jou op wacht zet. 

3. Er moeten betere en reële onkostenvergoedingen komen: 

•       Goede vergoeding voor reistijd en reiskosten

•       OV vergoeding moet altijd mogelijkheid blijven (mag niet vervangen worden door enkel een kilometer vergoeding vaak ook nog eens zonder goede fiscale regeling)

4. Registratie en herregistratie Kwaliteitsregister KCKZ moet altijd worden vergoed, ook wanneer een organisatie kiest om niet meer dan  verplichte budget in scholing en kwaliteit uit te geven. 

5. Verplichte scholingen worden altijd vergoed door de werkgever zowel de tijd, de reiskosten als de kosten van de scholing komen op rekening van de werkgever. Er komt betere bescherming van de positie van leerlingen en een reele vergoeding van studietijd en belasting in geld en contracturen. 

6. Indien auto verplicht is , dan moet de werknemer de mogelijkheid krijgen te kiezen voor een auto van de zaak. 

7. Er moet een collectieve regeling komen waarin de niet betaalde ORT over vakantiedagen van de periode tot 2017 wordt gecompenseerd. 


II.  Het werkklimaat wordt gezond en in balans met privé: 

De werkdruk is te hoog en maakt dat mensen ziek worden en afbranden. Er moeten maatregelen getroffen worden die de kraamverzorgenden beschermen tegen uitputting en verstoring balans privé/werk. Daarom: 

1.. Plus en min uren per kwartaal verrekenen.

·       de medewerker beslist zelf wat zij met plus uren wil doen: uitbetalen of opnemen in vrije tijd. 

·       min uren vervallen aan het eind van ieder kwartaal.  

2.  55+ nachtwerk: 

•       uitsluitend na instemming werknemer

•       nachten lopen van 22.00 tot 8.00  

3. Kolven onder werktijd: 

De wettelijke toegestane tijd die een werknemer besteed aan het kolven onder werktijd, wordt niet aangevuld in werktijd. Dus het is niet mogelijk een kolvende kraamverzorgende de 8 geïndiceerde uren te laten draaien aanvullende op haar kolf tijd. De werkdag wordt hier ongewenst door verlengd en brengt de balans privé-werk in gevaar. Het is enkel mogelijk indien de kolvende kraamverzorgende zelf aangeeft hier geen bezwaar tegen te hebben 

4. Roosters & planning: 

•       Ook al wordt er in een organisatie niet op rooster gewerkt, iedere kraamverzorgende weet minimaal 2 weken van te voren wat haar vrije dagen zijn. 

•       Iedereen heeft recht op 1 vaste vrij dag per week. 

•       De planning mag enkel in hoge nood contact zoeken met kraamverzorgenden in haar vrije dagen met het verzoek een zorginzet te doen en niet vaker dan 1x per 24 uur.  

5. Vakantieplanning: 

Iedere kraamverzorgenden heeft recht op minimaal drie aangesloten weken vakantie met het weekend ervoor en erna vrij geroosterd. 

6. Ziekteverzuim en werken met een beperking:  

Het ziekteverzuim moet worden verbeterd. Ziektedagen kunnen niet met vakantiedagen worden verrekend. Er komt een onderzoek onder organisaties naar ziekteverzuimbeleid.

Werknemers met een lichamelijke beperking wordt het werken mogelijk gemaakt. Er worden afspraken gemaakt over duurzame inzetbaarheid op basis van wat iemand wel kan.  

III. Aandacht en erkenning voor professionaliteit en kwaliteit van geboortezorg door de kraamzorgprofessional: 

 Een kraamverzorgenden is geen urenproductiemachine. Zij is een professional en haar inzet in de geboortezorg/kraamzorg dient dan ook te dienen om een zorgvraag te beantwoorden. Daarom: 

1. Zorg op maat wordt het uitgangspunt indien een kraamverzorgende wordt ingezet in een gezin. Deze zorgvraag is conform LIP of zorgstandaard. Er wordt een einde gemaakt aan het “taarten bakken" of "knutselen met kinderen" om tijd, zonder specifieke zorgvraag van cliënten, te vullen. Er wordt meer mogelijk op het gebied van zorg aanbieden op maat. De kraamverzorgenden krijgt meer mogelijkheden om samen met het gezin en de verloskundige, binnen het huidige LIP zorg op maat te bieden door zelf een rooster op te stellen in overleg met het gezin en verloskundige. Zo krijgt zij meer mogelijkheden het daadwerkelijk verlenen van zorg op maat.  

2. Twee kraamverzorgenden per zorg wordt de norm en zal ook zo worden uitgedragen richting cliënten en verzekeraars door werkgevers. Er zijn uitzonderringen mogelijk bijvoorbeeld:

•       1 kraamverzorgende blijft mogelijk wanneer de zorgvraag/inhoud daarom vraagt. Dit al altijd samen met gezin en verloskundige worden bekeken en beoordeelt.   

•       1 kraamverzorgende kan, wanneer een kraamverzorgende zelf geen bezwaar heeft , het mag geen voorwaarde zijn om contract te krijgen. 

IV. Participatie kraamprofessionals in de integrale zorg en medezeggenschap

•       kraamverzorgenden moeten niet enkel inspraak hebben via de OR op het beleid in de organisaties maar zij moeten ook via hun werkgever invloed kunnen uitoefenen en mee kunnen praten over de afspraken inzake integrale geboortezorg als het gaat om de regionale invoering van de zorgstandaard. Dit recht moet worden vastgelegd in de CAO .Het gaat hierbij om de actieve leden van de NBvK van de Kwaliteit en Inhoud groep en/of actieve kraamverzorgenden bij het KCKZ . Zij moeten zich kunnen melden bij de werkgever en zo mee kunnen praten over de regionale inhoudelijke ontwikkelingen inzake integrale geboortezorg. 

•       KCKZ activiteiten, de NBvK  en/of de inzet in commissies en werkgroepen bij de regionale VSV's of integrale geboortezorgorganisaties vallen onder  de 300 vakbondsverlofuren. Deze uren tellen voor alle kraamverzorgenden en niet enkel de vakbondsleden.

•       Duidelijke afspraken met de werkgeversorganisatie over wat de gevolgen zijn voor hun leden die structureel de CAO niet volgen of niet goed uitvoeren.