Tekorten in de kraamzorg: De geschiedenis herhaalt zich

April 2018 

De werkgeversorganisatie BOgeboortezorg wil dit jaar starten met een eigen scholingsinstituut, De Geboortezorgacademie, dat brancheerkende opleiding gaat aanbieden en zo mensen snel en verkort opleidt om te kunnen werken in de kraamzorg. Deze opleiding leidt, zoals wij al eerder beschreven niet op tot kraamverzorgende maar tot kraamhulp. Zie Leren in de kraamzorg  Het diploma is geen wetteljk erkend diploma maar slechts een certificaat waarmee je maar beperkt bevoegd en bekwaam bent om te kunnen werken in de geboortezorg. Het biedt ook geen basis om door te kunnen leren voor bijvoorbeeld verpleegkundige, lactatiekundige of verloskundige. Dan zul je eerst een wettelijk erkend verzorgende diploma op niveau 3 moeten halen.  Daarnaast is de vraag of je voldoende kennis en vaardigheden leert in deze verkorte opleiding die werkgevers zelf willen gaan ontwikkelen, zonder dat zij verstand hebben van opleiden. Nog niet zo lang geleden hebben we er in de kraamzorg hele slechte ervaringen mee opgedaan. Het lijkt er op dat de geschiedenis zich herhaalt.  In 2009  is door de NBvK en vakbonden aangetoond dat een branche erkende opleiding niet het antwoord is op het tekort aan personeel in de kraamzorg. Het antwoord ligt, weten wij uit ervaring, in het oplossen van problemen die de tekorten doen onstaan. Op dit moment zijn er voldoende goede mogeljkheden om het theoretische deel van de opleiding te volgen. De problemen liggen bij onvoldoende en/of slechte stageplaatsen maar vooral ook in de goede arbeidsomstandigheden die maken dat kraamverzorgenden met plezier gezond en goed hun werk kunnen doen.  De leegloop in de kraamzorg kun je niet tegengaan door simpel weg mensen snel te vervangen. Dat heeft de geschiedenis in de kraamzorg al bewezen. Wij hebben deze geschiedenis en de rapporten uit deze periode op deze site gezet. 

 

Terugblik 2004-2018 

Na de invoering van het Landelijke Indicatie Protocol (LIP)  en het overhevelen van kraamzorg naar de nieuwe zorgverzekeringswet in 2004 ontstonden er al snel enorme problemen op de arbeidsmarkt. Er werden minder uren kraamzorg  gegeven in gezinnen door het LIP maar ook door personeelstekorten ontstaan door de hoge vraag naar kraamzorg (het geboortecijfer was hoog in die periode). Het Nivel deed onderzoek naar de effecten van de veranderingen en mogelijkheden en bedreigingen voor de toekomst onderzoek Nivel 2006 en waarschuwde in die periode al voor verdere ontregeling van de arbeidsmarkt door veranderingen in de organisatie en financiering van de kraamzorg 

De jaren daarna, tussen 2004-2007 werd er niet veel gedaan met deze onderzoeken en signalen, Verzekeraars hielden miljoenen over van het kraamzorgbudget. Er werd namelijk niet bezuinigd maar anders georganiseerd door de overheid, die meer marktwerking wilde invoeren en daardoor de regie en inkoop van zorg neerlegde bij zorgverzekeraars middels de nieuwe Zorgverzekeringswet.  Het gevolg was echter dat veel vrouwen geen of onvoldoende zorg kregen en kraamverzorgenden en masse het vak verlieten.  Er waren veel klachten en veel ongeruste items in de media van zowel kraamgezinnen als kraamverzorgenden. 

Veel kraamverzorgenden verloren hun full time contracten omdat kraamzorgorganisaties op safe wilde spelen en door de toenemende concurentie tussen kraamzorgorganisaties niet samenwerkten maar probeerden snel een "groot marktaandeel" te krijgen. Het personeel werd een kostenpost en er werd aangedrongen door werkgevers op nul-urencontracten en flexcontracten. De eerste groep die afviel waren de kostwinners en de jongeren  onder de kraamverzorgenden,meestal hadden zij grote contracten. Zij konden van een part time onzeker salaris niet leven of een toekomst opbouwen, zij vertrokken naar o.a de kinderopvang of andere sectoren. Het gevolg was enorme werkdruk bij overgebleven personeel door te weinig personeel en slechte sfeer bij veel organisaties.

Een groot aantal kraamverzorgenden is in deze periode overgestapt naar het werken als ZZP-er. Niet omdat ze zo graag wilden ondernemen maar omdat je als zzp-er je werk zelf goed kon organiseren en uitvoeren en je daarnaast ook beter verdiende en meer vrijheid had.  

Ondertussen werd er in de periode  2004-2007 niet opgeleid omdat werkgevers daar geen geld voor wilden vrijmaken, alle aandacht ging naar het vergroten van markaandeel en de nieuwe positie in een ander stelsel waar zorgverzkeraars de "baas" waren over het geld.

Dit alles leidde tot ernstige capaciteitsproblemen in de kraamzorg. Er waren gewoon geen kraamverzorgenden genoeg om goede zorg te leveren en de organisaties waren te druk met andere zaken dan het primaire zorgproces. Dit lijkt op de situatie nu. Immers, de invoering van integrale geboortezorg waardoor de financiering van de geboortezorg anders wordt maakt weer dat kraamzorgorganisaties niet voldoende aandacht meer hebben voor het primaire zorgproces maar voor een ongezonde en onverstandige focus op positie, macht en geld. De NBvK heeft daar twee jaar geleden in de discussie rondom de zorgstandaard en integrale zorgfinanciering al voor gewaarschuwd. 

 De NBvK heeft de problemen op de arbeidsmarkt en de gevolgen daarvan op de kwaliteit van zorg in 2007 succesvol op de agenda van de Tweede Kamer gekregen via een succesvolle lobby en het eigen onderzoek naar de gevolgen van het invoeren van het LIP en de marktwerking middels de nieuwe Zorgverzekeringswet.  Aansluitend op de rapporten van het Nivel konden wij de praktijk in beeld brengen. Resultaat was dat alvast de uren voor de partusassistentie werden uitgebreid in het LIP en er extra tijd voor borstvoeding kwam in het LIP.

Maar dit was niet voldoende en in 2008 heeft minister Klink gezorgd dat 20 miljoen euro die over was gebleven van het kraamzorgbudget,  geïnvesteerd werd in het opleiden van nieuwe kraamverzorgenden. Helaas is toen gekozen voor snel opleiden via (nieuwe)branche erkende opleidingen en werd door kraamzorgorganisaties het opleiden gebruikt om toegang te krijgen tot de 20 miljoen en is het geld voor een groot deel gebruikt voor andere zaken dan opleiden. Wij hebben hier een rapport over gemaakt dat in 2009 is verschenen.  

Tegelijkertijd kwamen vanuit clienten veel klachten over het lage niveau van de nieuwe kraamverzorgenden die soms binnen 3 maanden waren opgeleid middels een verkorte brancheerkende opleiding en dus veel kennis  en ervaring misten maar wel als volwaardige kraamverzorgende ingezet werden in de directe zorg. Er was veel ophef over in de media. Ons rapport en de klachten van clienten hebben zorggedragen dat er, onder regie van het ministerie van VWS, een Kenniscentrum Kraamzorg is opgericht met een fikse financiele bijdrage van de minister.  Waardoor er nu kan worden aangetoond, met geaccrediteerde bijscholingen, een kwaliteitsregister én een vernieuwd beroepscompententieprofiel, dat de beroepsgroep op een goed kennis en werkniveau is. Daarbij dwong dit de werkgevers te investeren in goede bij- en nascholingen. Helaas zien we op dit moment dat de kosten hiervan, ondanks een vaag artikel in de CAO kraamzorg 2017, nog voor groot deel worden afgewenteld op de kraamverzorgenden zelf.  

Er is bij de oprichitng van het Kenniscentrum afgesproken door de partijen die het Kenniscentrum hebben opgericht en dat zijn de NBVK en BOgeboortezorg en haar voorgangers Actiz & BTN,  dat in 2020 een einde gaat komen aan de branche erkende opleidingen omdat deze geen wettelijke zorgdiploma en dus geen wettelijke bevoegdheid op niveau 3  kunnen waarborgen en dat we als branche gaan kiezen voor goed opgeleide kraamverzorgenden die qua wettelijke bevoegheid,bekwaamheid, vaardigheden en kennis aansluiten in de gelijkwaardige samenwerking met verloskundigen, gyneacologen, verpleegkundigen en andere medici in de geboortezorg ten einde zo samen de veiligheid te kunnen waarborgen van moeders en kinderen in de geboortezorg.  Er is daarom een nieuw beroepsprofiel op gesteld.

Helaas moeten we constateren dat Bogeboortezorg in deze een onbetrouwbare partner blijkt te zijn door al deze plannen en afspraken over bewaking en verbetering van de kwaliteit van kraamzorg in gevaar te brengen door zelf te gaan starten met een opleidinginstituut.

We gaan er vanuit dat de leden van BOgeboortezorg verstandig genoeg zijn om dit onverstandige plan bij te sturen door te kiezen voor betrouwbare ervaren opleidingsinstituten zoals de ROC's. Deze hebben afgelopen 10 jaar zowel de BOL opleiding tot verzorgende als een brancheerkende BBL opleiding en bijscholingsvariant voor zijninstromers uit verplegeing en verzorging succesvol ontwikkeld.

Daarbij ligt in het erkende beroepsonderwijs de echte oplossing voor een nieuwe instroom van kraamverzorgenden: de jongeren zullen ons moeten kunnen vinden en de mogelijkheden krjgen een goede degelijke toekomstbestendige opleiding te volgen. Dat betekent dat scholen goed onderwijs moeten geven, dat kraamzorgorganisaties goede en voldoende stagemogelijkheden moeten bieden en dat werkgevers/werkgeversorganisaties goede arbeidsvoorwaarden moeten creeëren voor hun personeel.