Huidige grote personeelstekort al jaren bekend bij werkgevers en werknemers in de kraamzorg   

maart 2019 

 Deze maand wordt, via de media, bekend gemaakt dat de tekorten in de verpleging en verzorging al jaren geleden werden aangekondigd. Maar zowel overheid als werkgevers in de zorg hebben niet willen luisteren en zijn hierdoor zelf de oorzaak van het inmiddels grote tekort. 

Zie tekort aan zorgpersoneel: die grijze golf zagen we toch al jaren aankomen

In de kraamzorg waarschuwen wij, de beroepsorganisatie van de kraamverzorgenden, al minimaal 10 jaar voor het verwaarlozen van de (dreigende) problemen op de arbeidsmarkt.  Er werd in de kraamzorg, in tegenstelling tot de ouderenzorg, thuiszorg, GGZ en gehandicaptenzorg, afgelopen 10 jaar niet bezuinigd. Daarbij stegen de lonen tot dit jaar niet en de tarieven wel. Dit gaf de sector een flinke duw in de rug en was de basis voor veel grote plannen in de sector: bij kraamzorgorganisaties, bij verzekeraars en investeerders.  Dit werd gesteund door de invoering van marktwerking. Deze martkwerking is vanaf 2006 met veel tromgeroffel geïntroduceerd: de zorg, ook de kraamzorg, zou beter en goedkoper worden en er zou daarbij gewoon goed verdiend kunnen worden door slimme ondernemende organisaties. Men vond de NBvK met zijn gezeur over wat dit voor de professional en kraamvrouw zou kunnen betekenen maar negatief, zuur of zelfs bezig met het "nest te bevuilen". Het is inderdaad nu wel erg zuur om gelijk te krijgen en te zien dat de kraamvrouw en kraamverzorgende anno 2019 de hoge prijs betalen van dit eenzijdige beleid en dromerige visies: geen of onvoldoende kraamzorg voor de zorgvragers en geen fatsoenlijke baan meer voor de zorgverleners.  

 In de kraamzorg werden de gevolgen van de marktwerking en de focus op geld verdienen al zichtbaar in 2012.  Toen stopte de Nederlandse vrouw met kinderen baren en bleef, door de crisis, het geboortecijfer hetzelfde en groeide niet meer. De zorgondernemers, verzekeraars en andere investeerders raakten op dat moment beleidsmatig in paniek want de kraamzorg zou een verdienmodel zijn en een groeisector. De winsten die behaald zouden worden konden door verzekeraars gebruikt worden om tekorten op andere gebieden in het basispakket op te vullen of de premies te verlagen, eigenaren van kraamzorgorganisaties hadden grote plannen om met de winsten uit de kraamzorg groter te groeien en andere organisaties op te kopen om zo nog meer winst te maken. Ook werden er allemaal wilde plannen tot uitvoer gebracht en werden winsten gebruikt, in het echt of op papier, om andere nieuwe bedrijven op te richten, van een academische werkplaats tot aan gratis lactatiekundige hulp tot aan ICT bedrijven, kinderopvangbedrijfjes tot aan echowinkel of leuke babyspulletjes winkels. En dit zou allemaal betaald worden met het geld dat bestemd was voor kraamzorg en dat dus werd verdiend door de hardwerkende kraamverzorgenden.  Maar toen weigerde de Nederlandse Vrouw haar medewerking. Zij stopte met baren ivm de crisis en gooide roet in de grootste plannen van het zorgondernemende deel van de kraamzorg. En zo was de vrouw samen met haar baby een minder groot verdienmodel dan gehoopt. Daarnaast weigerden de kraamverzorgenden  zich langer te laten gebruiken als verdienmodel of kostenpost, zonder te mogen en kunnen meedelen in de winsten.  Zij verlieten en masse het vak. 

 De NBvK heeft vanaf 2012 bij de kraamzorgorganisaties, overheid en stakeholders aangedrongen om de rust die veroorzaakt werd door het stabiliseren van het geboortecijfer, te gebruiken om de arbeidsvoorwaarden en omstandigheden voor de kraamverzorgenden te verbeteren om zo gereed te zijn voor de hoge uitstroom van de grote groep oudere werknemers en dus de winsten te gebruiken voor opleiden, salarissen en verlaging werkdruk. Wij hebben onverminderd aangedrongen op een ander, kraamzorg vriendelijker, beleid in de sector. We hebben ons verlangen altijd ondersteund gezien door (eigen) onderzoek en enorme steun van onze achterban. 

Kraamzorg vriendelijk beleid

Bijkomend niet onbelangrijk voordeel en basis voor financiering, van deze beleidskeuze, zou in de ogen van de NBvK zijn dat alle vrouwen de geïndiceerde uren kraamzorg zouden kunnen krijgen. Er was dan immers personeel genoeg om zowel voldoende en wettelijk verplichte zorg te organiseren als wel nieuwe mensen in alle rust op te leiden met goede ervaren werkbegeleiders. Helaas men wilde niet luisteren. Sterker, er was ingrijpen van de overheid nodig om te zorgen dat er niet nog meer laag opgeleide ongekwalificeerde kraamverzorgenden door kraamzorgorganisaties zouden worden ingezet met als doel zo de bedrijfsresultaten te verbeteren. Dit heeft geresulteerd in de oprichting van het Kenniscentrum Kraamzorg (KCKZ) waar kwaliteit wordt bewaakt en waar een kwaliteitsregister beheerd wordt dat zorgt dat de kraamverzorgende anno 2019 beschikt over de minimale noodzakelijk theoretische basiskennis. Vanaf 2020 wordt bekend of er daadwerkelijk, zoals in het visiedocument van het Kenniscentrum staat, wordt gekozen om in de kraamzorg enkel te werken met verzorgenden met een wettelijk erkend verzorgende diploma op niveau 3IG of dat de werkgevers blijven aansturen op de invoering van kraamhulpen, mensen met een zorgcertificaat ipv een erkend diploma e die waarschijnlijk dan vervolgens lager kunnen worden ingeschaald dan de huidige groep die nog wel op verzorgende niveau wordt ingeschaald en uitbetaald. Wij maken als NBvK ons grote zorgen over deze ontwikkelingen. Tot nu toe weigeren minister en College Perinatale zorg iets aan deze situatie te doen door bijvoorbeeld een standpunt in te nemen over het gewenste opleidingsniveau van de kraamverzorgenden. Hierdoor dreigt er tussen nu en 5 jaar wederom een nog grotere leegloop omdat de salarissen nog verder achteruit  zullen gaan. Dit plus het gebrek aan scholing en diploma's die uitzicht geven op groei en ontwikkeling in de zorg zal jonge mensen nog minder verleiden te gaan werken in de kraamzorg. 

De zorgprofessional werd langzaam maar zeker een roepende in de woestijn, ook in de geboortezorg en zeker in de kraamzorg:

Toen wij 10 jaar geleden aandrongen bij de kraamzorgorganisaties om de rust die ontstond door het stabiliseren van de vraag naar kraamzorg te gebruiken om de arbeidsvoorwaarden van kraamverzorgenden te verbeteren, reageerde de branche tegengesteld. Er werd vrijwel onmiddelijk gestopt met opleiden, contracten werden nog slechter en flexibeler. Vrouwen  die wel een kind kregen bleven geconfronteerd met te weinig zorg, veel verschillende gezichten en niet goed opgeleide kraamverzorgenden en zochten steeds vaker rechstreeks contact met zzp-ers; kraamverzorgenden die uit onvrede met het werken in loondienst voor zich zelf waren begonnen. 

De zzp-ers werden door organisaties getracht de “markt’ uit te werken door niet meer met ze samen te werken en de belastingdienst hielp een handje mee door een groot onderzoek te starten in de kraamzorg dat al snel uitwees dat juridisch gezien een flexpool van zzp-er een kwestie was van verkapt dienstverband. De zzp-ers kregen naheffingen die opliepen tot tienduizenden euro’s.  

Ondertussen werd gewerkt aan integrale geboortezorg waar samenwerking voorwaarde nummer 1 is en werd door de betrokken partijen in de geboortezorg, totaal gemist dat de kraamzorg onderling nog niet eens kon samenwerken. Verloskundigen in de eerste lijn en ziekenhuizen zagen hun kans en begonnen zelf een kraamzorgorganisatie of met het leveren en organiseren van kraamzorg in samenwerking met 1 kraamzorgorganisatie. Hierdoor werd de samenwerking regionaal nog ingewikkelder. En bleef het resultaat dat zelfs zonder groeiende vraag naar zorg en in principe voldoende mensen, de kwaliteit en continuiteit van kraamzorg onder druk bleef staan. 

De chaos in de kraamzorg anno 2019 is compleet 

Afgelopen jaren zijn ruim 3000 kraamverzorgenden van de ruim 11000 die er in 2013 nog waren uitgestroomd en er zijn geen nieuwe voor terug gekkomen. Bij de kraamzorgorganisaties werken ongeveer 8000 kraamverzorgenden en een kleine 1000 kraamverzorgenden werken als zzp-er. Inmiddels stijgt het geboortecijfer iets. Er wordt weer opgeleid maar het gaat om een paar honderd kraamverzorgenden en de vraag is of de sector deze mensen ook zal weten te behouden in de slechte huidige arbeidsomstandigheden. 

Afgelopen jaar kregen kraamvrouwen te horen dat door het gebrek aan personeel zij niet meer dan 3 uur zorg konden krijgen. Inmiddels stijgt het geboortecijfer weer en de verwachting is dat deze stijging de komende jaren zal aanhouden. De effecten van de tekorten in de kraamzorg worden nog versterkt door de tekorten in de ziekenhuizen. De kwaliteit en continuiteit in de hele geboortezorg staat onder grote druk door het tekort aan kraamverzorgenden en verpleegkundigen. 

Kraamverzorgenden kregen dit jaar te horen dat ze in 2 jaar een loonsverhoging van 5% zouden krijgen maar dat er verder nergens geld voor was. Ze staan nog steeds voor niets of een schijntje op wacht, krijgen voor veel van hun inspanningen voor het werk niet betaald en afgelopen maand werd bekend dat je achter de kassa bij een supermarkt meer verdiend dan in de kraamzorg terwijl dat toch bekend staat als 1 van de slechts betaalde banen op de arbeidsmarkt. Wij zien dat steeds meer ervaren kraamverzorgenden stoppen, ze kunnen naast een baan in de supermarkt, zo aan het werk in de catering, de kinderopvang of elders in de zorg, voor hogere salarissen en betere voorwaarden zoals een rooster. Ook kiezen steeds meer vrouwen om eerder met pensioen te gaan. 

De kraamzorgorganisaties bedelen op ditm moment via hun brancheorganisatie BOgeboortezorg bij de minister om extra geld om mensen op te leiden, het liefst in het door hun zelf opgerichte opleidingsinstituut met de ambitieuze naam: Geboortezorgacademie, waar ze onder aanvoering van de brancheorganisatie BOgeboortezorg het snel en kort opleiden van kraamhulpen tot een verdienmodel hebben weten te verheffen. Maar zij weigeren iets te veranderen aan de arbeidsvoorwaarden. De kraamverzorgenden blijft zo de sluitpost van de winstmaximalisatie wens van kraamzorgorganisaties.

De vakbond FNV heeft deze maand bij de minister gevraagd om extra geld voor de kraamzorg. Want zegt de bestuurder kraamzorg: ik kan geen goede CAO afsluiten wanneer de andere kant geen geld heeft. De minister heeft nog niet de portemonnee getrokken en gaat nu een kostenonderzoek starten in de kraamzorg: waar wordt al dat geld toch aan besteed? Een verstandige beslissing van de minister. De FNV en de andere bonden, zullen harder moeten worden in de onderhandelingen en werkgevers moeten confronteren met hun verantwoordelijkheid. Al was het maar door alle organisaties die CAO en arbeidswetten overtreden keihard aan te pakken. Daar krijgen de bonden tenslotte voor betaald door hun leden en daarbij claimen zij deze positie op basis van hun zelfverklaarde deskundigheid en onderhandelingskracht. 

De eerste golf oudere kraamverzorgenden gaan komende jaren met pensioen. Een jongere kan tijdens haar BOL opleiding verzorgende nog steeds niet afstuderen in kraamzorg richting. Dus verjongen wordt nog een hele kluif en is in deze omstandigheden onmogelijk.  Verkort opgeleide zij-instromende behoren tot de grootste groep uitstromers. 

Net als in de rest van de zorg, heeft de kraamzorg het grote tekort aan personeel vooral aan het beleid van de kraamzorgorganisaties als geheel te danken. In onze sector is er daarbij geen mogelijkheid om met de vinger naar de overheid te wijzen. Of de verzekeraars. Er is geld, er waren mensen, de vraag is niet gestegen: waarom lukt het dan niet om een aantrekkelijke sector te zijn die daarbij topzorg kan leveren? 

De bal en het geld liggen in de sector. Het gaat nu om rechtvaardige verdeling van geld maar ook van invloed, kracht en visie.  

De NBvK blijft de minister oproepen om de regie te nemen en te zorgen dat de sector op verantwoorde en rechtvaardige wijze met haar opdracht: het organiseren en uitvoeren van kraamzorg om gaat. Dat kan niet enkel door onderzoeken te doen of extra geld in te zetten. Dat vraagt om visie, leiderschap en daadkracht maar vooral ook samenwerking.

De NBvK staat klaar om mee te denken en te praten en samen met alle betrokkenen. Wij hebben afgelopen jaren laten zien dat we kennis, visie, daadkracht en leiderschap kunnen tonen vanuit het oogpunt van de zorgprofessionals.