Enkel tevreden kraamverzorgenden kunnen de kraamzorg redden

mei 2019 

De kraamzorgorganisaties willen meer geld van de minister om nieuwe mensen op te leiden. Zij zijn druk met brieven schrijven en gesprekken te voeren op het ministerie . Zij vragen de Tweede Kamer om hulp via de vakbonden en een aantal actiegroepen die bang zijn dat het vak kraamzorg zal verdwijnen. Afgelopen jaren zijn rond de 3000 kraamverzorgenden gestopt met werken in de kraamzorg. Dat is al snel 25% van de beroepsgroep. De grootste uitstroom is onder pas opgeleide kraamverzorgenden. Zij verlaten het vak, net als de meer ervaren kraamverzorgenden, omdat de arbeidsomstandigheden zo slecht zijn dat ze er niet van kunnen leven en daarnaast het werken in de kraamzorg een groot negatief effect heeft op het privé leven. 

Het is heel goed mogelijk dat dit gaat leiden tot het verdwijnen van kraamzorg in de geboortezorg. Want kraamzorg kan nu inmiddels al ruim 3 jaar niet meer volledig geleverd worden door bijna alle kraamzorgorganisaties. Aanstaande kraamvrouwen krijgen het hele jaar standaard te horen dat ze niet moeten rekenen op de geïndiceerde uren. Mensen kunnen enkel nog rekenen op hoogstens, ergens op een dag, 3 uur zorg.  Laat staan dat mensen kunnen rekenen op zorg op dag  9 en 10 in geval van complicaties. Er zijn steeds meer organisaties die een inschrijfstop hebben. 

Het niet kunnen leveren van goede en voldoende kraamzorg, ondermijnt de kwaliteit van de kraamzorg maar ook de toekomst van de kraamzorg.. 

Alternatieve zorg als er geen kraamzorg is

De kraamzorg zal zijn relevantie verliezen. Mensen, die afhankelijk zijn van deze zorg tijdens en na de bevalling,  zullen op zoek gaan naar alternatieven. De buurvrouw, oma of papa, zoals nu vaak wordt voorgesteld door de organisaties zal niet voldoende zijn. Want er is en blijft behoefte aan warme professionele, betrokken ondersteuning op maat. Dat is in Nederland nu bijna 75 jaar de kraamzorg maar  wanneer de  kraamzorg niet kan leveren dan ligt het in de lijn der verwachting dat er gezocht gaat worden naar alternatieven. De doula 's en lactatiekundigen staan klaar met een groot deel van de zorg die ooit tot het vak kraamzorg hoorde. Ze kunnen nu wel de zorg  leveren die kraamzorgorganisaties, door gebrek aan personeel, niet meer kunnen bieden. Helaas wordt deze zorg niet of slechts gedeeltelijk vergoed via een aanvullende verzekering en is daarom enkel toegankelijk voor vrouwen met voldoende financiele middelen en met de mogelijkheden om deze zorg te vinden. Maar de vraag is hoelang dat nog duurt. De volgende stap is dat kraamzorg zal worden heroverwogen als zorg in het basispakket.  Het zou dan zo maar eens kunnen dat  doula zorg en lactatiekunde de plek in het basispakket gaan innemen en dat deze zorg samen met de verloskundige de spil worden van het niet pathologische deel van de geboortezorg. Kraamzorg wordt dan hoogstens een aanvullende diens in het basispakket. Enkel toegankelijk voor mensen die het kunnen betalen en waarbij de praktische huishoudelijke ondersteuning voorop staat. Dan zullen de meeste mensen kiezen voor de zorg van een kraamverzorgende die werkt al zzp-er omdat deze groep nu al voor veel kraamvrouwen de oplossing is als ze op zoek zijn naar kraamzorg op maat. 

Het extra geld zal de kraamzorg  dus enkel helpen wanneer de minister ook eisen zal stellen aan goed werkgeverschap in de kraamzorg

Ongeveer 10% van de kraamverzorgenden is haar eigen werkgever. Zij werkt als zzp-er, zelfstandig zorgprofessional. Sommige hebben inmiddels zelf personeel en leiden nieuwe kraamverzorgenden op. Een aantal werkt inmiddels in een maatschap of hebben zich georganiseerd in een coöperatie en sluiten zo zelf contracten af met verzekeraars. 

Andere, het over grote deel, werkt via een  faciliterende organisatie die het contract heeft met een zorgverzekeraar of als onderaannemer voor kraamzorgorganisaties. Alhoewel dat laatste vaak een vorm van verkapt dienstverband is en het dus de vraag is hoe lang de belastingdienst dat nog goed zal blijven keuren.

Kraamverzorgenden die eigen baas zijn of samen de baas zijn over hun zorgproces zijn over het algemeen zeer tevreden over hun werkomstandigheden en de onderlinge samenwerking. De klachten gaan vooral over de houding van de kraamzorgorganisaties en de regionale samenwerking die door deze partijen voor zzp-ers steeds moeilijk wordt gemaakt met als doel deze groep te verzwakken uit concurentie oogpunt. Het goede nieuws is dat steeds meer georganisseerde kraamverzorgenden lid worden van BOgeboortezorg, de werkgeversorganisatie in de kraamzorg. Wij rekenen er uiteraard op  dat de georganiseerde zzp-ers in BOgeboortezorg hier op gaan komen voor hun belangen en dat de organisatie BOgeboortezorg hun daar bij ondersteunt als zijnde de zelfverklaarde verbindende en kwaliteitverhogende factor in de kraamzorgorganisatiewereld. 

De overige 90% van de kraamverzorgenden werkt in loondienst bij de kraamzorgorganisaties. Dat zijn er meer dan 100.  De kraamverzorgenden die werken in loondienst zijn veel minder tevreden over de werkomstandigheden. Zij zijn vaak het vehikel waar topzware organisaties vol met zelfverklaarde deskundigen op het gebied van communicatie, planning, ICT, klantenbinding, managers, directies en aandeelhouders proberen te ondernemen in de kraamzorg. Allemaal zijn deze ondernemers afhankelijk van de uren die de kraamverzorgenden werkt want die inkomsten zijn  vaak de enige inkomstenbron van de organisatie. 

De kraamverzorgenden in loondienst werken dus niet enkel om hun eigen boterham te verdienen, dat doen ze en passant ook al snel voor 5 anderen binnen de organisatie. En dan hebben we het nog niet aan wat een organisatie betaald aan externe deskundigen zoals bijvoorbeeld het lidmaatschap van BOgeboortezorg, kwaliteitstoetsing of aan deelname aan regionale KraamzorgSamenwerkingsVerband (KSV). 

Het heeft jaren lang een grote druk gelelgd op het personeel. Het voelde zich meer kostenpost dan bron van inkomsten. Met als resultaat dat afgelopen jaren 3000 kraamverzorgenden het vak verlaten hebben. Dat is 25% van de beroepsgroep. 

Deze uitstroom kan niet gestopt worden door iedere 10 jaar met extra geld van het miinisterie, nieuwe mensen op te leiden.

Deze uitstoom kan enkel gestopt worden door werken in de  kraamzorg aantrekkelijk te maken en te houden op arbeidsvoowaardelijk gebied.